Posts tonen met het label perspectief. Alle posts tonen
Posts tonen met het label perspectief. Alle posts tonen

zaterdag 6 oktober 2012

Over de liefde

O ja, over de liefde, hadden we het nog niet over gehad.

Ik heb wel genoeg gesproken over de werkelijkheid en 3e persoon. Deze wereld dringt zich steeds verder aan mij op. En ik voorzie, dat in de niet zo verre toekomst de gedachten wereld van mensen meer en meer raakvlakken zal krijgen met deze wereld. Dit klinkt misschien vaag, maar ik bedoel: tekst, telefoon, radio, film, tv, internet, en daarna ...

Ik weet het niet. In mijn gedachten wereld worden de 1e en 2e persoonsvorm aan de aandacht onttrokken door de stortvloed aan wereld. Hoe reageer ik daarop? Ik weet het niet precies, ik ben geworpen in deze wereld die zich ontwikkeld op deze wijze. Het lijkt erop, dat hoe meer ik in beslag wordt genomen door de wereld, en naarmate ik me minder direct tot de ander of mezelf richt, dat ik daardoor in mijn gedachten en handelen steeds instrumenteler, steeds minder betrokken kan zijn.

Wat ik daarmee bedoel is, dat het dan moeilijker wordt om mijn gevoel te laten meespreken in mijn handelen. Ik ga af op de beelden van de wereld zoals ik deze heb, en ik wordt niet meer direct geraakt, ik laat me niet meer direct raken, door de aanwezigheid van jou, die ander. De wereld wordt dan een wereld van botsende objecten, in plaats van een wereld van elkaar rakende, elkaar beïnvloedende, elkaar lief-hebbende subjecten.

Door in mezelf, en in de ander op zoek te gaan naar de verborgen betekenissen en gebaren die tot me komen kan ik mezelf en jou, die ander, leren begrijpen, verstaan. Alleen als we elkaar verstaan, kunnen we werkelijk een gesprek hebben. Alleen dan kan er iets opbloeien van wat we hier liefde noemen.

Al heb ik geen idee wat het is, en hoe ik het benoem, hoe het wordt benoemd, ik heb het nooit begrepen, ik heb het wel beleeft, ik kan het wel beleven.

Je zou misschien zeggen dat ik hiermee aan het einde ben van mijn latijn. Dat is niet waar, er is nog een belofte, die niet is ingelost, en ik keer nog terug, terug naar een plaats waar ik eerder ben geweest.
Maar eerst de belofte, ik heb u gebeden, geduld, in de 2e persoonsvorm, met u.

Vanwaar deze u, of U? En vanwaar dit geduld. Dulden duidt op aanvaarden, nemen zoals het is, en zien wat er komen gaat. Je mag verwachten, maar vooral ook afwachten.
De U duidt op afstand en respect. Door jou met U aan te spreken toont mijn ik dit respect. Respect dat ik me verschuldigd voel omdat ik jou anders zijn, jou perspectief nooit zal kennen. Vandaar ook die afstand, en het geduld. Door u te gebruiken geef ik aan jou te zien als te achten subject. In zekere zin is dit respect niet alleen gebonden aan die 2e persoonsvorm, aan jou, die ander, maar deze afstand en dit respect is ook gebonden aan mezelf, aan de wereld. In hoeverre ken ik mezelf, of de wereld?

En daarmee duidt de U op een andere dimensie in mijn belevingswereld. Er is een dimensie waarin de wereld en de objecten die ik daarin onderken zich ontvouwen, en er is een dimensie waarin ik mezelf subjectief in die wereld ontvouw. Dimensies die traditioneel worden benoemd als "horizontaal" dan wel "verticaal", of ook wel "immanent" en "transcendent". Vooral de manieren waarmee ik mezelf richting geef bepalen hoe ik mezelf en mijn subjectieve afstemming in deze wereld zal kunnen ontvouwen.

Misschien is liefde emergent.



vrijdag 28 september 2012

Retorische wending

Laat ik beginnen met een bekentenis:
        In mijn gedachten zoals ik deze hier tot uiting breng, zie ik veel ongeduld. Ongeduld bij mijzelf omdat ik zoveel zou willen zeggen, terwijl ieder woord en iedere gedachte die ik probeer te omschrijven nieuwe vragen, nieuwe gedachten, en nieuwe woorden oproepen. Het labyrint van mijn gedachten bruist en wervelt van de inzichten en perspectieven die ik zou willen delen. De woorden, beelden en verbanden verdringen zich om tot uiting te komen. Mijn besef van eindigheid dwingt me tot een strenge selectie in de uiting van mijn gedachten, mijn karakter (wat is het?) is schetsmatig en verleidt mij tot haast. De noodzaak die ik voel tot oorspronkelijkheid brengt me steeds dieper in details. Ik wil zoveel. Kortom, lezer, ik vind het niet makkelijk.

Maar natuurlijk, daar heeft u geen boodschap aan. Wat ik hier doe is geheel vrijwillig, u heeft er niet om gevraagd. Sterker nog, ik raad u aan voor uzelf gedachten te vormen, dus wat zou ik u vervelen?
Maar ik ben niet alleen zelf ongeduldig, ik vraag geduld van u, lezer, om met mij mee door de grondigheid van de details heen te gaan, in afwachting van weidser perspectief. En daarbij druk ik u nog ongevraagd met de neus in de werkelijkheid, althans ik spiegel u een werkelijkheid voor en zeg u: dit is de werkelijkheid. Niet dat ik het weet, nee, neem het maar aan. Waarom?

Welnu, in de opbouw van deze blog draag ik bouwstenen aan waarmee ik de samenhang van mijn gedachten wil vormgeven en weergeven. Bouwstenen die als lego blokken staan voor samenhang tussen begrippen. De bouwstenen zelf, en het verbinden van de verschillende bouwstenen moeten de samenhang geven.  Een samenhang die met en door deze blog, lelijk woord, deze verzameling van gedachten, ook ontstaat. Het is daarmee ook voor mij een groeiproces, waarvan de uitkomst nog onzeker is. En het groeiproces is in zekere zin organisch te noemen, aangezien de aandrang tot het groeien geheel van binnenuit moet komen, er is geen reden, geen vraag van buitenaf. Resultaten van een groeiproces zijn in zekere zin altijd onvoorspelbaar, de natuur, datgene dat maar doet, laat daar genoeg voorbeelden van zien.

De bouwstenen die door mij tot nu toe zijn aangedragen zijn vooral basisblokken geweest die samenhangen met mijn kijk op de wereld, mijn wereldbeeld, mijn gedachten over weten en niet weten. Om mijn gedachten te verhelderen en om de achtergronden, inspiratie en bronnen ervoor te duiden heb ik verschillende filosofen en andere denkers aangehaald. En, omdat ik schetsmatig te werk wil gaan, heb ik daarbij vooral de nadruk gelegd op de wendingen in het denken. Wendingen als fundamentele wijzigingen van ons perspectief, ofwel door een gewijzigd inzicht over het standpunt van waaruit wordt gedacht, ofwel door gewijzigde inzichten over de aard, de vorm of inhoud van wat gedachten zijn, of van wat gedachten vormt. (De modieuze term paradigma is hieraan verwant, allen zou ik het begrip paradigma meer als het gevolg, het instrument, willen zien van een zeker perspectief, en daarmee een paradigmaverschuiving als een gevolg van een wending).

Wendingen zijn niet alleen noodzakelijk in ieder groeiproces, ze bieden structuur, waardoor een bouwwerk samenhang en stevigheid kan krijgen, en daarmee een grotere omvang kan bereiken, daarnaast bieden wendingen een verrijking door het nieuwe perspectief. Dit alles niet noodzakelijkerwijs natuurlijk, een wending kan ook leiden tot een dwaalspoor, cirkelredenering, woekering, een doodlopend pad, of gewoon, het moeras in.
Fysiek organische groeivormen, een paar voorbeelden






In het westerse denken zien we diverse wendingen, van een aristocratische naar een meer egailtair religieuze openbaring, van de transcendente religieuze openbaring naar de menselijke rede en waarneming, van de menselijke waarneming naar de waarnemer, en van de de rede en de logica van het denken naar de taal waarin het denken wordt uitgedrukt.

Zonder uit te gaan weiden over al de wendingen die in onze wereld zijn en zullen worden gemaakt, wil ik een wending maken binnen mijn eigen verhaal. Een wending gebaseerd op wat in de filosofie van de afgelopen eeuw de linguïstische wending is genoemd:
        Onze taal kent een zekere mate van structuur, en die structuur is, weer heel schetsmatig, dat ik me uitspreek in zinnen die een onderwerp hebben, en waarin ik iets over dat onderwerp beweer. Wetenschap op zich, ga ik niet op in, wat ik al op de lagere school heb geleerd, dat is, dat het onderwerp in onze taal drie vormen kent, en 2 smaken. De 1e, 2e en 3e persoon als vorm en enkelvoud en meervoud als smaak. Ik, jij, U, hij, zij, het, wij, jullie enzovoort. In mijn verhaal tot nu heb ik vooral gesproken in de eerste persoonsvorm, mijn eigen perspectief, en de 3e persoonsvorm, de werkelijkheid, het veronderstelde algemene perspectief.
Die 2e persoonsvorm, de jij of U,  is nauwelijks aan bod gekomen. Dat hangt samen met de vorm, de blog, maar dat niet alleen, er is meer aan de hand. Daar wil ik het nader over hebben. Bijvoorbeeld, dat deze twee vormen heeft, jij, en U. Al dan niet met Hoofdletter.

Lezer, ik bid u, geduld.

donderdag 16 augustus 2012

Emergent bewustzijn

In mijn vorig bericht heb ik gesproken over het dualisme van materie en geest. Afwijzingen van dit dualisme worden vaak genoemd monisme of non-dualisme (Engelse Wiki: Nondualism_versus_monism). Geloof het of niet, ook daarbinnen zijn weer talloze nuanceringen en onderscheidingen gedacht. Nuanceringen waarover ik mij niet wens uit te spreken, omdat al deze nuanceringen uitspraken zijn die gaan over de aard van de werkelijkheid die wij eenvoudigweg niet kunnen kennen (regel 1, regel 7 tractatus logico philosophicus).

Toch wil dit niet zeggen dat ons enkel zwijgen rest. Uiteindelijk heeft ook de hiervoor aangehaalde Wittgenstein dit ingezien. Wij mensen leven ons leven, zoeken, vinden en geven zin en inspiratie aan ons leven  in de wijze waarop we met onszelf, met elkaar en de wereld rondom ons communiceren. Stilte is daarbij een van de communicatievormen.

Waarover ik ook heb gesproken is de analytische methode. Zoals opgemerkt, het inherent reductionisme heeft zo zijn beperkingen, maar in zoverre je die beperkingen mee kan wegen is deze methode succesvol gebleken bij die aspecten van de werkelijkheid die voor ons toegankelijk zijn. Voor het verkrijgen van inzicht en voor het toetsen en onderzoeken van modellen die deze werkelijkheid proberen te verklaren.

Waar de analytische methode op haar grenzen stuit is in de verklaring van emergentie. Nu is het niet zo dat ik denk dat emergentie niet verklaart kan worden met de analytische methode, dat kan denk ik wel, wat de analytische methode niet kan, is tegelijkertijd zowel een emergentie verklaren als het emergent verschijnsel dat verklaard is in haar analyse beschouwen. Op dat moment ontstaan er conflicten tussen de verschillende beschouwingsniveau's waarbij het niet meer vaststelbaar is welke interpretatie de juiste moet zijn. De geanalyseerde werkelijkheid kent de onderscheiden niveau's niet. Niveau's bestaan niet, ze vormen een voor ons noodzakelijk onderdeel van de beschouwing. De werkelijkheid doet, en kleurt niet speciaal binnen de lijntjes. Overigens, natuurlijk, ook "emergentie" bestaat niet in de werkelijkheid, maar enkel in onze beschouwing (in zoverre de beschouwing zelf hier als niet-werkelijk wordt beschouwd, maar natuurlijk altijd in de werkelijkheid een drager kent in de beschouwer).

Emergentie is daarmee een lastig maar tegelijkertijd ook fascinerend verschijnsel dat in onze werkelijkheid op allerlei verschillende niveau's wordt onderscheiden. Ik denk dat mijn bewustzijn, mijn perspectief, zoals ik dit eerder ook heb genoemd, uiteindelijk beschouwd kan worden als een emergent verschijnsel. Een emergentie van het leven, zelf een emergent verschijnsel. Overigens, leven en niet-leven vormen een niet-werkelijk onderscheid in het licht van deze beschouwing van emergentie, en ook fysische verschijnselen zijn als emergenties te beschouwen. In de verklaring van bewustzijn als emergent verschijnsel neemt zelfverwijzing, recursie een belangrijke plaats in.

Even kort door de bocht de zaken op een rij:

  • Mutatie, ofwel chaos, als motor van ontwikkeling.
  • Eiwitten die als matrijzen fungeren voor de vorming van eiwitten.
  • Recursie, als onderdeel van het mechanisme, eiwitten die matrijs zijn voor zichzelf kopiëren zichzelf.
  • Deze recursie wordt evolutionair “aangemoedigd”, immers deze eiwitten houden zichzelf in stand.
  • Ergens ontstaat een wederkerigheid, niet alleen tussen verschillende samenwerkende eiwitten, maar ook in het reproductie mechanisme van het eiwit. Hiermee een vorm van sexuele selectie, en daarmee verder richtinggevend voor het natuurlijk mutatie proces.
  • Vervolgens: eiwitten die een milieu om zich heen vormen waarbinnen het kopieergedrag een vruchtbare voedingsbodem vindt. Dan het samengaan en de samenwerking van verschillende en gespecialiseerde eiwitclusters in de organisatie van een cel. Met daarbinnen een eiwitstructuur, DNA, die zichzelf kan kopiëren en de informatie bevat voor de samenwerking in de cel.
  • Het organisme als samenwerking van gespecialiseerde cellen met daarbinnen een gespecialiseerd orgaan, het centraal zenuwstelsel, voor coördinatie en instandhouding van dit organisme (Homeostase).
  • Daarmee ontwikkelt dit centraal zenuwstelsel zich een afbeelding van het organisme en van het functioneren van dit organisme, een bewustzijn, en daarbinnen van het functioneren van de coördinatie van dit organisme, een zelfbewustzijn.

Hoe de niveau's en hoe de recursie precies georganiseerd zijn is hier niet van belang. Het gaat mij hier om het principe van de emergentie als verklaringsmodel voor het ontstaan van zowel leven als bewustzijn. Recursie is daarbij een opvallend mechanisme, juist omdat het de verschillende beschouwingsniveau's doorkruist.

Een interessante vraag is, of deze ontwikkeling tot bewustzijn (bewust zijn)  zoals we die bij onszelf kunnen onderkennen een lijn is die doorgezet kan worden door ons zelf. Zijn wij mensen in staat om in onze communicatie met onszelf, met elkaar en onze wereld, om dit bewustzijn te tillen naar een "hoger niveau"?

Kunnen wij, met reflectie op onszelf, elkaar en op de wereld, door het aangaan van wederkerige relaties, een gezamenlijk bewustzijn  vormen? Of maken we sowieso al onderdeel uit van een gezamenlijk bewustzijn, en behoeven we ons dit slechts bewust te zijn, maar wat zou dat dan inhouden?

Ik denk dat dat uiteindelijk de belangrijkste vragen zijn voor ons denken: hoe wij onze perspectieven, ons bewustzijn, al dan niet delen of kunnen delen.

woensdag 25 juli 2012

De idee, mijn idee, geen idee

We gaan ruimte scheppen door oude hersenspinsels te ruimen.

Om te beginnen met Plato.

Zie Plato als woudreus, zeer te respecteren monument. Prachtig van een afstand maar ga je eronder zitten, wordt je alle licht ontnomen.

IvanShishkin. Oaks. Evening. 1887. Study. Oil on canvas. The Tretyakov Gallery, Moscow, Russia
Tot zover de beeldspraak. Plato heeft de agenda voor de westerse filosofie aardig bepaald. En mogelijk, via de veroveringen door Alexander de Grote, nog veel verder via het koningkrijk Bactrië. Vooral de westerse tradities van het Christendom en de Islam zijn met een flinke scheut Plato verrijkt. 

Plato is de bedenker van de ideeënleer en daarmee "aartsvader" van het filosofisch idealisme. Volgens hem wordt de mens en daarmee filosofie gedreven door het zoeken naar het ware, het schone en het goede.
Let wel, op grond van zijn  ideeënleer gaat het daarbij om iets dat daadwerkelijk bestaat, een "idee".   
Een bekend verhaal is de allegorie van de grot. Dit verhaal illustreert zijn ideeënleer. Een mooi verhaal, en een klassiek voorbeeld van framen, 2500 jaar geschiedenis hebben laten zien hoe een goed gekozen beeld kan doorwerken. Je zou haast denken dat er iets achter zit...

Leuk is daarbij, om te vermelden dat Plato zelf geen voorstander was van het opschrijven van gedachten. Het schrift bestond in zijn tijd nog niet zo heel erg lang en werd nog niet echt gebruikt voor frivole zaken als gedachten of gevoelens. Volgens Plato gaat veel van de intentie en betekenis verloren bij het opschrijven van inzichten. De in schrift bevroren inzichten verliezen aan diepgang en zouden maar aanleiding geven voor verkeerde interpretaties 

Welnu, hoog tijd om alle ideeën over "de idee" als illusies te onttoveren. De idee is hier geen vader van de wens, de wens is hier vader van de idee. Of we ons leven als gekluisterd zien of niet, het is een door onszelf gevormd beeld. We kunnen ons wereldbeeld veranderen door het ons toemeten of verwerpen van denkbeelden die ons wereldbeeld schragen (of framen). Deze denkbeelden die ons wereldbeeld schragen vormen we in onze geest en zijn als zodanig niet te onderscheiden van andere denkbeelden. We zullen uiteindelijk nooit kunnen vaststellen of de schragen van ons wereldbeeld een uiteindelijke werkelijkheid vertegenwoordigen of niet. Iedere veronderstelling als zouden we dit wel kunnen, is een denkbeeld als de andere, en kan geen uiteindelijke werkelijkheid vertegenwoordigen. Uitspraken over de uiteindelijke werkelijkheid zijn onmogelijk, en iedere zoektocht er naartoe is een illusie. Een fraaie misschien, en motiverend misschien, maar ieder succes op deze zoektocht zal ooit en uiteindelijk illusoir blijken.

De schone verleiding van de idee is gelegen in de motiverende kracht van het verlangen. De suggestie dat zuiverheid en perfectie niet enkel nastrevenswaardig zijn, maar ook een eigen werkelijkheid bezitten trekt zichzelf als waarheid uit haar eigen moeras. Het grote voorbeeld, en tegelijkertijd natuurlijk het grote raadsel is daarbij de wiskunde. De wiskunde werd gezien als het grote voorbeeld van zuivere kennis. 
De gedachte dat "1 + 1 = 2" is dan meer dan een bruikbare conventie. Deze waarheid wordt als zo onomstotelijk gezien dat ze meer werkelijkheid moet duiden dan enkel een menselijke conventie. Aan de voor mij diepst bereikbare basis van deze gedachte ligt een vooronderstelling, dat wij met ons denken of breder, in onze ervaring de werkelijkheid volledig zouden kunnen bevatten in en door haar perfectie. Volgens mij een te betwijfelen en vooral overbodige vooronderstelling. Vergelijkbaar met de vooronderstelling dat de natuur op zoek is naar een "balans" op basis van in de natuur onderkende terugkoppelingsmechanismen. Zomin als de natuur op zoek is naar een balans zomin  is de werkelijkheid perfect. Uiteindelijk zetten deze vooronderstellingen ons op het verkeerde been, hoe mooi en motiverend ze ook mogen zijn.

En ook de wiskunde is niet perfect gebleken, in de vorige eeuw is aantoonbaar gemaakt dat ieder consistent logisch stelsel uiteindelijk niet logisch gegrondvest en sluitend gemaakt kan worden in de door ons veronderstelde logica. Daar wil ik later nog graag op terugkomen, maar voert hier en nu te ver. 
De wiskunde is nog steeds bruikbaar, zeer bruikbaar zelfs, maar met Goed, Schoon of Waar heeft het weinig van doen. 
Neem bijvoorbeeld de axioma's van Euclides, altijd gezien als voorbeeld van wiskundige schoonheid, hun waarheid en bruikbaarheid is beperkt. 
Of neem de niet wiskundige en onvruchtbare stelling "1 + 1 = 1". Voor mij heeft ook deze stelling haar charme, kwaliteiten van het Goede, Schone en Ware. Maar je kan er zogezegd niks mee, behalve illustreren dat ook de gedachte die wij "1" noemen moet worden beschouwd als een constructie van onze eigen geest. "De werkelijkheid" kent geen "1". "De werkelijkheid" bedoeld als alomvattend begrip naast het begrip "onze werkelijkheid", of perspectief, als constructie van de geest. 
Sterker nog , "Eenheid" als begrip van de werkelijkheid zelf is een ongerijmdheid, vergelijkbaar met het kader rond het Venn diagram.
Kortom, waar het bij wiskunde om gaat is bruikbaarheid, maar wat is bruikbaar, en waarvoor?

Een ander aspect van de platonische visie op de werkelijkheid is het veronderstelde dualisme tussen lichaam en geest. De ziel, als onderdeel van een eeuwige geest, gekluisterd door het lichaam, onderdeel   van de sterfelijke wereld. Zie de allegorie van de grot.
In het verleden is dit
 onderscheid voor diverse religieuze tradities bruikbaar gebleken. Met alle respect voor de inspanningen en inzichten van on ze voorvaderen, hoog tijd dit onderscheid opnieuw kritisch te beoordelen. De ervaring van de vermeende tastbaarheid van het lichamelijke en de ervaren ongrijpbaarheid van de geest geven onvoldoende aanleiding om vast te houden aan dit onderscheid. 

De discussie wordt dan altijd of daarmee gekozen wordt voor een "materialisme", dan wel en "idealisme", al dan niet "vulgair", of misschien juist "elitair"? Een schijndiscussie. Een opvatting over "de werkelijkheid" als tegelijkertijd deelbaar en ondeelbaar, individueel beleefd en alomvattend, kenbaar en onkenbaar is zeer wel mogelijk. In deze werkelijkheid maakt "onze werkelijkheid" (ons perspectief) deel uit van "de werkelijkheid". In onze werkelijkheid vormen we modellen waarmee we de werkelijkheid proberen te begrijpen. We kunnen niet anders, het is onze manier om deze werkelijkheid gezamenlijk te delen. Deze modellen zijn bruikbaar als ze ons ondersteunen in de omgang met de wereld en elkaar, maar vooral worden de modellen gewaardeerd als ze ons inspireren. Denk maar eens aan de schone kunst der weervoorspelling (het is vandaag prachtig weer, het gemopper van de horeca over de weervoorspellingen is verstomd). 

In on ze moderne wereld hebben we een gemeenschappelijke beleving gevonden waarin deze modellen als voldoende worden beschouwd voor dat wat we traditioneel de materiële werkelijkheid noemen.
Maar hoe zit dat nu met wat we "het geestelijke" noemen? Wat is "inspiratie"?


dinsdag 3 juli 2012

Vertrouwen

Na een erg lange periode van stilte wil ik de draad van de gedachten weer eens oppakken.
Mijn laatste gedachten gingen over vasthouden en over het weten van het niet-weten.
Ik denk dat vertrouwen deze twee (of drie) begrippen tezamen vat.

Maar eerst nog even over die stilte tussen de gedachten in. Ik denk dat ik het mezelf niet gemakkelijk heb gemaakt. Immers, ik wil hier geen omgevallen boekenkast weergeven, en ik wil hier geen zekerheden uitkramen, hooguit de juiste vragen oproepen. En dan ook nog een beetje oorspronkelijk graag.

Nu hoef ik het mezelf ook helemaal niet gemakkelijk te maken, elkaar napraten, dat doen we allemaal genoeg. Maar wat is oorspronkelijk, in hoeverre zijn gedachten oorspronkelijk, en als ik mijn gedachten hier in de taal van deze blog uitdruk, in hoeverre zijn dit dan nog oorspronkelijke gedachten? Mijn taal is al een omgevallen boekenkast, bij wijze van spreken. En vrijwel al mijn ideeën en gedachten zijn gebaseerd op de ideeën en gedachten van anderen. Ik zou niet verstaanbaar zijn en geen sociaal leven hebben als het anders was. Kortom, in alles ben ik schatplichtig aan mijn omgeving, en het zou niet eerlijk zijn deze schatplichtigheid te ontkennen. Hoe ik hiermee worstel en hoe ik deze "erfschuld" zou willen inlossen daarover in een andere gedachte later meer.

Voor nu over vertrouwen. Ook in mijn gedachte over het wereldbeeld heb ik daarover al gesproken. Toen heb ik er nog de psycholoog Erikson bijgehaald, zijn groeimodel. We vertrouwen in ons lijf, in ons zelf, in onze wereld, in ons geloof. Wat nu als al deze zaken onbestendig blijken? Waar bevind zich dan de basis voor mijn vertrouwen?
En als we uitgaan van de basis van ons vertrouwen zoals Erikison dit aangaf, dan sterken we ons vertrouwen telkens weer met onze familie, met onze vriendschappen, in ritueel, in traditie, overtuigingen, geloof. Het Engelse woord "Faith" voor geloof betekent zowel geloof als vertrouwen.
Maar toch, al deze zaken leveren geen basis, ons vertrouwen is als een teer weefsel, gesponnen met draden die stuk voor stuk breekbaar en vergankelijk zijn.
En daar zit voor mij nu precies de grootste zekerheid, de meest fundamentele basis, het meest basale fundament. Juist in al deze vergankelijkheid, in al deze "werkelijkheid". Mijn perspectief is vergankelijk, dit wat hier "ik" zegt, zal sterven. Nieuwe perspectieven vormen zich, ik zie geen reden voor twijfel daaraan. Niet  alleen mijn perspectief is beperkt en vergankelijk, ieder perspectief is beperkt en vergankelijk. Beperking en vergankelijkheid zijn eigen aan het perspectief. Tegelijk overstijg ik het perspectief met dit inzicht, met dit perspectief, met dit bewustzijn. Hoe? Juist door het bewustzijn van deze karakteristieken van mijn perspectief, en de lotsverbondenheid van dit bewustzijn met ieder ander perspectief. 

Het is een vertrouwen met lege handen, en ik zou niets anders willen.
Grenzeloos vertrouwen dat oneindig vaak gesterkt moet worden en telkens nog tekort kan schieten.
Het blijft oefenen, denk ik.